Christian Rossi publiceerde zijn eerste korte stripverhaal in 1973 in het Franse tijdschrift Formule 1. Ook andere stripmakers die net als Rossi later tot de groten van de Franse strip gingen behoren debuteerden hierin zoals André Juillard en Franz. De meest legendarische medewerker van Formule 1 was ongetwijfeld Jijé. Hij zette in dit tijdschrift de serie Jerry Spring voort die eerder in Robbedoes verscheen. Maar hij was ook belangrijk voor het tijdschrift als coach van jong talent. In die hoedanigheid ontfermde hij zich ook een aantal jaren over Rossi. Dat verklaart de duidelijk aanwezige invloed van Jijé op de stripverhalen die Christian Rossi vanaf 1977 publiceerde in diverse Franse jeugdtijdschriften waarvan Djinn het belangrijkste was. Rossi kwam eind jaren zeventig in contact met Henri Filippini die hem introduceerde bij Jacques Glénat. Glénat was de uitgever van het stripinformatieblad Les cahiers de la bande dessinée en het stripblad Circus dat vanaf 1979 als maandblad een steeds grotere rol in de Franse stripwereld ging spelen. Bekende reeksen uit Circus zijn De torens van Schemerwoude van Hermann, Samber van Hislaire en De kinderen van de wind van Bourgeon. De meeste verhalen uit Circus verschenen na voorpublicatie ook in boekvorm. Een klein gedeelte hiervan werd ook in het Nederlands vertaald, zoals het eerste deel van De huifkar van Thespis. Behalve deze vierdelige serie maakte Rossi voor Glénat ook de detectivereeks Freddy Joubert (3 delen) en de briljante thriller Lea. Vanaf 1980 werkte hij afwisselend aan Freddy Joubert (met Filippini) en De huifkar van Thespis. De Nederlandse vertaling van het eerste deel werd gepubliceerd als De huifkar van Hermes. Waarom is niet helemaal duidelijk. Een van de hoofdpersonen in het verhaal speelt toneel en Thespis verwijst naar de Griekse acteur die wel beschouwd wordt als de eerste toneelspeler en de basis legde voor het toneelspel zoals we dat nog steeds kennen.
Het verhaal De huifkar van Thespis begint in de winter van 1864 in het zuiden van de Verenigde Staten. De burgeroorlog is al drie jaar aan de gang. De zestienjarige Drustan heeft niettemin een rustig leventje tot zijn vader wil dat hij zich aansluit bij het leger van de Zuidelijken. Drustan wil dit niet en slaat met Matt, een zwarte tot slaaf gemaakte man, op de vlucht. Onderweg raken ze elkaar kwijt. Matt wordt ingelijfd in het leger en Drustan komt terecht in een gevangenenkamp. Daar ontmoet hij een merkwaardige, oude acteur met wie hij ontsnapt. Samen trekken ze hierna de Verenigde Staten door. Onderweg kruisen ze het pad van Joe Adam, een avonturier. Als toneelgezelschap reizen ze rond, waarbij ze stoppen in kleine steden en er hun voorstellingen spelen, Drustan in de rol van vrouw. De huifkar van Thespis begint als een typische Europese westernreeks zoals er meer gemaakt werden en worden. Die sfeer wordt versterkt door de tekenstijl die Rossi hanteert. Deze doet denken aan Blueberry van Giraud en Jerry Spring van Jijé. Maar het verhaal is net ietsje anders dan we toen van westerns gewend waren. Dat heeft vooral te maken met het kleurrijke personage Hermes (de acteur) en de interactie tussen de drie mannen. Drustan staat nog tamelijk pril in het leven terwijl beide andere mannen een verleden met zich meedragen waarvan geleidelijk aan de geheimen worden ontsluierd. Drie mannen zijn elk op hun eigen manier op de vlucht. Een van de leuke dingen van een integrale uitgave is dat je in één boek ziet hoe een stripauteur zich ontwikkelt. Het contrast tussen de eerste en de tweede helft van deze integrale uitgave is groot. Vanaf deel 3 Kathleen is de tekenstijl opvallend veranderd, Rossi laat de duidelijke invloed van Jijé en Giraud achter zich en vindt zijn eigen tekenstijl die wordt gekenmerkt door meer openheid en minder arceringen, de pagina-indeling is vrijer en ook de inkleuring draagt eraan bij dat het bijna lijkt alsof we hier met een andere tekenaar te maken hebben. Rossi is gaan samenwerken met een scenarist voor het verhaal en ook dat heeft gevolgen. Er is meer aandacht voor de psychologie. Met name de volwassenwording van Drustan staat in het derde deel centraal. De spanning tussen de drie hoofdpersonen is hoog opgelopen en de toon van het verhaal is harder geworden. Dat heeft waarschijnlijk ook te maken met de voorpublicatie in Circus. Het tijdschrift gaat de concurrentie aan met (A suivre) en Metal Hurlant en profileert zich nadrukkelijk als tijdschrift voor volwassenen. Dit derde deel is het hoogtepunt van De huifkar van Thespis. Het heeft ook een prachtige laatste pagina. Als slot van het verhaal zou dit heel mooi geweest zijn. Maar er bleven nog wat losse eindjes over, met name waar het om Joe Adam gaat. Hij staat centraal in De kleine sirene, het wat rommelige en slordig uitgewerkte slotdeel. De huifkar van Thespis is lang niet slecht en dankzij deze integrale uitgave, veertig jaar later eindelijk in zijn totaliteit te lezen. Het verhaal is na al die tijd nog steeds de moeite waard maar er is duidelijk een stripmaker aan het werk die nog verder moet groeien in zijn vak. Door met de juiste mensen samen te werken (Serge Letendre, Jean Giraud) gaat dat bij Christian Rossi heel snel.
– Hans Pols
Bron: https://johpols.blogspot.com/2026/07/drie-mannen-op-de-vlucht.html
